Kennisartikels

Leren beleggen: 3 gouden regels om goed te beleggen

John Romain, 19 september 2016

Een goede planning, je geld juist verdelen over liquide en illiquide beleggingen en slim denken in termijnen: zo is de kans het grootste dat je geld optimaal rendeert en dat je je eigen vermogen kan opbouwen. Ontdek onze tips om te leren beleggen.

Regel 1: maak een (life)plan

Leren beleggen is zoals met alles in het leven: pas als je weet wat je wil, kan je ernaar toe werken. Hoe ziet jouw ideale toekomst eruit? Wat wil je bereiken, wat zijn je doelen? Als je zicht hebt op je lifeplanning, kan je je financiële plan uitwerken. Welke middelen heb je nu en wat kan je in de toekomst verwachten? Hoe kan je met de middelen die je hebt jouw doelen bereiken? Wat is haalbaar, in welke termijnen moet je denken? De juiste financiële producten kiezen en een goede strategie vinden om je wensen en doelen te halen is in de praktijk niet zo gemakkelijk. Het is zeker zinvol om de hulp van een onafhankelijk financiële adviseur in te roepen om financiële producten met elkaar te vergelijken, hun rendement en risico af te wegen en te evalueren wat het beste past in jouw persoonlijke plan. Natuurlijk is het ook belangrijk om je plan geregeld opnieuw te bekijken en bij te stellen. Je financieel adviseur kan je helpen bij die opvolging.

Regel 2: zet jezelf niet vast

Sparen en beleggen is verstandig, maar zet jezelf niet vast: zorg voor genoeg liquiditeit in je financiële planning. De meeste mensen sparen en beleggen vooral om na hun pensioen comfortabel te kunnen leven. Vier van de vijf pensioenpijlers hebben twee kenmerken gemeen: ze zijn fiscaal voordelig, maar illiquide. Je geld zit voor een hele tijd vast, je kan er niet aan. De eerste pijler, je wettelijk pensioen, krijg je vanaf je pensioenleeftijd. Het is tot dan illiquide. Je groepsverzekering of het VAPZ (vrij aanvullend pensioen voor zelfstandigen) dat je opbouwt via je werk kun je ten vroegste opnemen vanaf je zestigste, maar dan word je fiscaal bestraft. De overheid wil je aan het werk houden tot je vijfenzestigste. Het geld dat je zo opzij zet, is voor jou tot die tijd illiquide. Het bedrag dat je opzij zet met pensioensparen met belastingvermindering wordt zwaar belast als je het vroegtijdig opneemt. Je kunt er pas na je zestigste vrij over beschikken, dus is het tot die tijd illiquide. Ook bij je fiscale levensverzekering met belastingvermindering wordt een vroegtijdige opname zwaar belast. Je kunt er pas na je zestigste vrij over beschikken. Tot die tijd is ook dat deel van je vermogen illiquide. En dan is er nog de vijfde pijler, je eigen woning. Die kan je natuurlijk verkopen, maar dan koop je wellicht een andere: je moet toch wonen? Ook dit deel van je vermogen zit dus vast. Alleen het geld dat je spaart en/of belegt zonder fiscaal voordeel is liquide, wel altijd opneembaar dus. De kunst is om goed te bepalen welk deel van je vermogen liquide moet blijven. Een onafhankelijk financieel adviseur kan je daarbij helpen.

Regel 3: denk in termijnen

Als je wil dat je geld je hele leven lang blijft renderen, gebruik dan de factor ‘tijd’ optimaal. Leren beleggen betekent denken in termijnen: welk bedrag heb je nodig op korte of middellange termijn en wat kan je langer missen? De juiste tijdshorizon zorgt ervoor dat je over de hele lijn het best mogelijke rendement kan halen.

Dat geldt natuurlijk als je jonger bent en nog een lange periode hebt waarin je geld kan werken voor je, maar ook als je met pensioen bent, wordt dat termijn-denken steeds belangrijker. In België leven we allemaal steeds langer. In de laatste 20 jaar is de gemiddelde resterende levensduur na je 65ste met zo’n twee jaar gestegen. Als je langer leeft, moet je natuurlijk ook langer toekomen met het vermogen dat je tijdens je actieve loopbaan hebt opgebouwd. Vroeger gold deze regel voor beleggers: hoe ouder je wordt, hoe defensiever je moet beleggen. Dat werkt niet meer, door de combinatie van lage rente en inflatie met de hogere levensverwachting. Als louter defensief belegt, dan moet je nu tevreden zijn met de lage rentevergoedingen voor sparen en vastrentende beleggingen met een laag risicoprofiel.

Wil je niet interen op je kapitaal, dan moet je het anders aanpakken. Als je met pensioen gaat, heb je gemiddeld nog zo’n 20 jaar te goed. Dat is een lang genoeg om te profiteren van het hoger potentieel van aandelen: je kan het risico uitvlakken door die tijdshorizon. Wil je verstandig beleggen, denk dan in termijnen. Splits je je totale vermogen in minstens 2 delen. Het eerste deel beleg je volledig defensief, risicoloos volgens hetgeen je in de komende jaren – op kortere termijn dus - nodig hebt. Het tweede deel kan je dan meer risicovol beleggen, naargelang de periode dat je het kan missen en je profiel. Zo kan je genieten van de meerwaarde op aandelen én je pensioeninkomen veilig stellen.

Wil je leren beleggen, dan kan je starten met een simulatie om te zien welke opties er voor je spaarbudget zijn.

Kom eens langs!

maak een afspraak

Deel dit artikel:

Waarom de laagste rentevoet niet altijd de beste is voor jou

De laagste rentevoet is niet altijd de voordeligste voor jou, al lijkt het misschien wel zo op het eerste gezicht. Verkijk je dus niet op de rentevoet van het voorstel van de bank voor jouw lening, maar bekijk het hele plaatje: welke voorwaarden verbindt je bank aan die lage rentevoet en hoeveel kost dat je ├ęcht over de hele rit?